Inleiding
In 2015 (als onderdeel van het coalitieakkoord 2014–2018) heeft het Vastgoedbedrijf Enschede (VBE) een gewijzigde strategie (beleidskader en spelregels) geïmplementeerd, waarbij niet-maatschappelijk vastgoed diende te worden afgestoten. Hierin zijn tevens de aanbevelingen verwerkt uit het rekenkameronderzoek “Veronderstelde werkelijkheid”. 

 

Aanleiding voor dit onderzoek waren de gevolgen van de financiële crisis van 2008. In de jaren daarvoor voerde de gemeente Enschede een actief grondbeleid, waarbij grondposities vroegtijdig werden verworven op basis van verwachte groei, met het oog op latere uitgifte met winst. 

 

Na de crisis vielen vraag en prijzen echter terug, waardoor projecten stagneerden of niet doorgingen, terwijl gronden in de boeken vaak nog tegen optimistische waarden stonden. Dit leidde tot substantiële afboekingen. 

 

De onderzoekers concludeerden onder meer dat:
– waarderingen en businesscases gebaseerd waren op te positieve aannames
– negatieve scenario’s onvoldoende werden meegenomen
– er onvoldoende tegenkracht aanwezig was binnen de organisatie 

 

Met andere woorden: de afboekingen waren geen incidentele tegenvaller, maar het gevolg van structureel te rooskleurige aannames en onvoldoende interne tegenspraak. 

 

Tegen deze achtergrond is het van belang dat bij de uitvoering van het vastgoedbeleid sinds 2015 strikt conform de vastgestelde kaders en spelregels is gehandeld en dat de raad hierover volledig en juist is geïnformeerd. Op basis van het onderzoek en de gevolgen van de financiële crisis zijn gronden afgewaardeerd / afgeboekt en maatschappelijk / commercieel vastgoed waar mogelijk verkocht. 

 

Opmerking: 

Deze vragen zijn gebaseerd op de onbeantwoorde vragen zoals gesteld door Enschede Anders d.d. 8 januari 2026: Onbeantwoorde vragen bijlage bij motie orde op zaken in het stadhuis  

De vragen:
 

  1. Vastgoedtransacties en uitvoering beleid

 

Vraag 1:
Sinds de invoering van de gewijzigde vastgoedstrategie in 2015 was het uitgangspunt dat niet-maatschappelijk vastgoed conform de door de raad vastgestelde kaders en spelregels zou worden afgestoten. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– in hoeverre het college van oordeel is dat deze kaders en spelregels sinds 2015 consequent zijn toegepast;
– op welke wijze het college daarop toezicht heeft gehouden;
– of zich situaties hebben voorgedaan waarbij van deze kaders of spelregels is afgeweken;
– welke lessen het college uit de uitvoering van dit beleid heeft getrokken.
 

Vraag 2
Graag een onderbouwde toelichting op de wijze waarop het verkoopproces van De Spinnerij bestuurlijk is verlopen. 

 

Daarbij verzoeken wij specifiek in te gaan op:
– de belangrijkste besluitvormingsmomenten;
– de rolverdeling tussen college, ambtelijke organisatie en externe partijen;
– de wijze waarop de door de raad vastgestelde kaders en spelregels zijn betrokken bij de besluitvorming;
– de lessen die het college achteraf uit dit proces trekt. 

 

Vraag 3
Graag een onderbouwde toelichting op de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd over de voorgenomen en gerealiseerde verkoop van De Spinnerij en Walas. 

 

Daarbij verzoeken wij specifiek aan te geven:
– op welke momenten de raad is geïnformeerd;
– welke afwegingen zijn gemaakt ten aanzien van de informatievoorziening aan de raad;
– en op welke wijze invulling is gegeven aan de actieve informatieplicht van het college. 

 

Vraag 4
Graag een onderbouwde toelichting op de wijze waarop bij de verkoop van De Spinnerij is geborgd dat alle betrokken professionele partijen beschikten over de informatie die noodzakelijk was voor een zorgvuldige en transparante transactie. 

 

Daarbij verzoeken wij specifiek in te gaan op de wijze waarop is omgegaan met de verhouding tussen taxatiewaarde en gerealiseerde verkoopprijs.
 

Vraag 5
Graag een onderbouwde toelichting op de wijze waarop het Vastgoedbedrijf Enschede in de betreffende periode invulling gaf aan het uitgangspunt van marktconformiteit bij verhuur van gemeentelijk vastgoed. 

 

Daarbij verzoeken wij aan te geven hoe deze werkwijze zich verhield tot de destijds geldende beleidskaders en financiële uitgangspunten.
 

  1. Exploitatie, waardering en spelregels

 

Vraag 6
Per 1 april 2016 is de exploitatie van De Spinnerij overgedragen aan Walas. 

Kunt u volledig en gespecificeerd inzicht geven in alle financiële verplichtingen die vanaf dat moment golden tot aan de definitieve verkoop, waaronder:
– huur- of gebruiksvergoedingen
– onderhoudsverplichtingen
– overige kosten en vergoedingen
– de grondslag waarop deze bedragen zijn vastgesteld 

 

Vraag 7
Per 1 april 2016 is de exploitatie van De Spinnerij overgedragen aan Walas. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op de financiële afspraken die aan deze overdracht ten grondslag lagen. 

 

Graag daarbij specifiek ingaan op:
– de verdeling van financiële verantwoordelijkheden, kosten, opbrengsten en risico’s tussen partijen;
– de wijze waarop deze afspraken tot stand zijn gekomen;
– de overwegingen die het college daarbij heeft gemaakt;
– de mate waarin deze afspraken pasten binnen het destijds geldende vastgoedbeleid en de door de raad vastgestelde spelregels.
 

Vraag 8
Graag een onderbouwde toelichting op de wijze waarop bij de exploitatieoverdracht en de daaropvolgende verkoop van De Spinnerij is geborgd dat de betrokken accountant en notaris konden vaststellen dat de transactie plaatsvond binnen de door de raad vastgestelde kaders en spelregels voor vastgoedverkoop. 

 

Graag daarbij aangeven:
– welke informatie aan hen beschikbaar is gesteld;
– of zij aanvullende vragen hebben gesteld over de toepassing van deze spelregels;
– en welke betekenis hun betrokkenheid had voor de beoordeling van de rechtmatigheid en zorgvuldigheid van de transactie.
 

  1. Informatievoorziening en besluitvorming

Vraag 9
De gemeente heeft in de periode 2018–2022 meermaals aangegeven dat essentiële informatie niet (meer) beschikbaar zou zijn, terwijl tegelijkertijd artikel 35-vragen inhoudelijk zijn beantwoord. 

In de brief “Uitwerking lessen ‘Gemeente Enschede: moeilijk garen mee te spinnen?’” erkent het college dat het informatie- en archiefbeheer in de betreffende periode nog onvoldoende op orde was en verdere verbeteringen noodzakelijk zijn. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– hoe deze constateringen zich tot elkaar verhouden;
– in hoeverre tekortkomingen in informatiebeheer van invloed zijn geweest op de volledigheid van beantwoording van raadsvragen, WOB/WOO-verzoeken en onderzoeken;
– op welke wijze inmiddels is vastgesteld welke informatie destijds ontbrak, onvindbaar was of niet beschikbaar werd gesteld.
 

Vraag 10
Het college heeft naar aanleiding van het Pro Facto-rapport diverse verbetermaatregelen aangekondigd ten aanzien van informatievoorziening, bestuurlijke zorgvuldigheid en de beantwoording van vragen vanuit de raad. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– welke verantwoordelijkheid het college hierbij voor zichzelf ziet;
– welke concrete verbeteringen inmiddels zijn gerealiseerd;
– hoe wordt vastgesteld dat de raad hierdoor beter, vollediger en tijdiger wordt geïnformeerd;
– welke aandachtspunten of risico’s het college op dit punt nog ziet. 

 

Graag uw antwoord te relateren aan de opvolging van les 6 uit het Pro Facto-traject.
 

Vraag 11
Tijdens een informatiesessie in 2021 is aangegeven dat er geen collegebesluit van B&W zou bestaan met betrekking tot het dossier Ardesch. Tegelijkertijd is bij de Nationale Ombudsman een document aangeleverd dat als collegebesluit is gepresenteerd (corsanummer 2000016840). 

 

Graag een onderbouwde toelichting op: 

 

hoe deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid is ontstaan;
– welke lezing volgens het college feitelijk juist is;
– op welke feiten, documenten en besluitvorming deze conclusie is gebaseerd. 

 

Graag tevens toelichten:
– welke status het college toekent aan het document met corsanummer 2000016840;
– of het college heeft kunnen vaststellen wie dit document heeft ondertekend en op grond waarvan;
– indien dit niet kan worden vastgesteld, hoe het college verklaart dat een dergelijk document desondanks als collegebesluit aan de Nationale Ombudsman is verstrekt;
– of het college van oordeel is dat sprake is geweest van een formeel collegebesluit, een ambtelijk document of een andersoortig besluitdocument, en op welke gronden dit oordeel is gebaseerd;
– indien niet kan worden vastgesteld dat sprake was van een rechtsgeldig collegebesluit, hoe beoordeelt het college achteraf het verstrekken van dit document aan de Nationale Ombudsman onder de aanduiding van een collegebesluit.

Vraag 12
Kunt u aangeven:
– wie het betreffende collegebesluit heeft ondertekend
– op welk moment dit heeft plaatsgevonden
– op basis van welk formeel besluit of mandaat dit is gebeurd 

 

Vraag 13
Kunt u uiteenzetten op welke wijze dit collegebesluit bij de Nationale Ombudsman is aangeleverd? 

 

  1. Onderzoeken en opvolging

Vraag 14 

In verschillende onderzoeken, evaluaties en raadsdebatten zijn in het verleden kritische opmerkingen gemaakt over het functioneren van de klachtenafhandeling en de positionering van de Klachtencommissaris binnen de gemeentelijke organisatie. 

 

Tegelijkertijd stelt het college in de brief “Uitwerking lessen ‘Gemeente Enschede: moeilijk garen mee te spinnen?’” dat het klachtenproces stevig is verankerd binnen de organisatie en zorgvuldig functioneert. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– hoe het college deze eerdere kritiek weegt bij zijn huidige beoordeling van het klachtenproces;
– welke concrete verbeteringen sinds die kritiek zijn gerealiseerd;
– welke aanbevelingen wel en welke niet zijn opgevolgd;
– en op welke gronden het college concludeert dat het klachtenproces thans voldoende onafhankelijk, zorgvuldig en robuust functioneert.
– hoe het college de in de brief beschreven inrichting van het klachtenproces beoordeelt in relatie tot de eerder geuite kritiek op de positionering van de Klachtencommissaris
 

Vraag 15
In het kader van het Saxion-onderzoek zijn essentiële documenten niet aangeleverd, terwijl uit WOB/WOO-verzoeken blijkt dat deze wel beschikbaar waren. 

 

Graag een onderbouwde toelichting hoe dit heeft kunnen gebeuren, inclusief de daaraan ten grondslag liggende feiten, verantwoordelijkheden, besluitvorming en beschikbare documentatie.
 

Vraag 16
Wie was verantwoordelijk voor de aanlevering van documenten aan Saxion? 

 

Vraag 17
Het college heeft meermaals aangegeven het belang van volledige waarheidsvinding te onderschrijven. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– welke concrete acties het college heeft ondernomen om de beschikbaarheid van relevante informatie voor de verschillende onderzoeken te bevorderen;
– welke rol het college heeft gespeeld bij het stimuleren van medewerking door huidige en voormalige medewerkers, bestuurders en overige betrokkenen;
– of zich situaties hebben voorgedaan waarin informatie of medewerking niet of slechts beperkt beschikbaar kwam en hoe het college daarmee is omgegaan;
– en op welke gronden het college van oordeel is dat de onderzoekers uiteindelijk konden beschikken over een zo volledig mogelijk feitencomplex. 

 

Vraag 18
Het Pro Facto-onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de raad en was gericht op een zo volledig mogelijke feitenvaststelling. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– op welke wijze het college medewerking aan dit onderzoek door huidige en voormalige medewerkers en bestuurders heeft bevorderd;
– welke contacten er gedurende het onderzoek zijn geweest tussen het college, leden van het college, de ambtelijke top en potentiële respondenten over deelname aan het onderzoek;
– of het college is geïnformeerd over de bereidheid van betrokkenen om al dan niet aan interviews deel te nemen;
– of vanuit het college, de ambtelijke organisatie of personen handelend namens het college op enigerlei wijze invloed is uitgeoefend op de deelname van respondenten, de selectie van respondenten of de inhoud van hun medewerking;
– en op welke wijze het college heeft geborgd dat het onderzoek onafhankelijk en zonder beïnvloeding kon plaatsvinden. 

 

Vraag 19 

Het college heeft inmiddels de brief “Uitwerking lessen ‘Gemeente Enschede: moeilijk garen mee te spinnen?’” op 6 maart met kenmerk: 2600006092 aan de raad gestuurd. 

 

Graag een onderbouwd overzicht van:
– welke concrete acties inmiddels daadwerkelijk zijn uitgevoerd;
– welke acties zich nog in de voorbereidingsfase bevinden;
– welke meetbare doelstellingen en evaluatiemomenten hierbij zijn vastgesteld;
– op welke wijze de raad periodiek over de voortgang wordt geïnformeerd.
 

  1. Juridische procedures en bestuurscultuur

Vraag 20
Het college heeft aangegeven te werken aan versterking van de juridische kwaliteitszorg binnen de gemeente. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– hoe het college waarborgt dat juridische procedures in overeenstemming zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur;
– welke rol juridische advisering daarbij speelt;
– hoe het college omgaat met situaties waarin juridische adviseurs wijzen op risico’s of mogelijke strijdigheid met deze beginselen;
– en welke verbeteringen naar aanleiding van eerdere ervaringen of onderzoeken zijn doorgevoerd;
– op welke wijze wordt vastgelegd wanneer van juridische adviezen wordt afgeweken;
– hoe wordt gecontroleerd of deze werkwijze in de praktijk daadwerkelijk wordt toegepast. 

 

Vraag 21 

Het college heeft naar aanleiding van het Pro Facto-rapport verschillende verbetermaatregelen aangekondigd op het gebied van professionele tegenspraak, sociale veiligheid en organisatiecultuur. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– welke maatregelen inmiddels daadwerkelijk zijn uitgevoerd;
– welke veranderingen het college concreet verwacht te realiseren;
– hoe wordt gemeten of medewerkers zich vrij voelen om kritische signalen, afwijkende inzichten of zorgen naar voren te brengen;
– en op welke wijze de raad over de voortgang en resultaten wordt geïnformeerd.
 

Vraag 22
In de periode voorafgaand aan de gewijzigde vastgoedstrategie van 2015 stond de gemeente voor aanzienlijke financiële uitdagingen, onder meer als gevolg van afboekingen op grondexploitaties en de gevolgen van de financiële crisis. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– in hoeverre deze financiële situatie van invloed is geweest op de bestuurlijke keuzes ten aanzien van het gemeentelijke vastgoedbeleid;
– welke rol financiële risico’s en de financiële positie van de gemeente hebben gespeeld bij de keuzes om vastgoed af te waarderen, te behouden of te verkopen;
– op welke wijze is gewaarborgd dat vastgoedwaarderingen, afboekingen en verkoopbesluiten onafhankelijk van financiële en bestuurlijke druk tot stand kwamen;
– welke lessen het college achteraf trekt ten aanzien van de relatie tussen financiële omstandigheden en vastgoedbesluitvorming;
– op welke wijze is voorkomen dat financiële belangen van de gemeente van invloed waren op de timing of omvang van vastgoedwaarderingen, afboekingen of verkoopbesluiten. 

 

Graag uw antwoord te voorzien van verwijzingen naar relevante bestuurlijke afwegingen, beleidskeuzes en besluitvorming.
 

  1. Waarheidsvinding, integriteit en duiding

Vraag 23 

Op basis van welke feiten en bevindingen concludeert het college dat het huidige feitenbeeld rondom het dossier Ardesch voldoende volledig is om lessen te trekken en het dossier als onderzocht te beschouwen?
 

Graag tevens toelichten:
– in hoeverre het college van oordeel is dat tekortkomingen in informatiebeheer, archivering en interne informatievoorziening nog steeds van invloed kunnen zijn op de volledigheid van het feitenbeeld;
– op welke feiten en bevindingen dit oordeel is gebaseerd.

Vraag 24 

In hoeverre hebben de uitgevoerde onderzoeken expliciet aandacht besteed aan mogelijke verbanden tussen bestuurlijke besluitvorming, vastgoedtransacties, informatievoorziening, klachtenafhandeling en juridische procedures binnen de periode 2015–2016?
 

Vraag 25 

In verschillende onderzoeken is gebruikgemaakt van informatie afkomstig van betrokkenen, waaronder signalen, meldingen, waarschuwingen en persoonlijke verklaringen. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– welke waarborgen aanwezig waren om ervoor te zorgen dat relevante signalen daadwerkelijk bij de onderzoekers terechtkwamen;
– hoe is omgegaan met signalen die afweken van het dominante feitenbeeld of de gangbare lezing van gebeurtenissen;
– of het college bekend is met signalen of informatie die niet in de onderzoeken zijn meegenomen;
– en welke betekenis het college toekent aan dergelijke signalen voor de volledigheid van het huidige feitenbeeld.
 

Vraag 26 

Graag een onderbouwde toelichting op de gronden waarop het college concludeert dat het huidige feitenbeeld rondom het dossier Ardesch voldoende volledig en betrouwbaar is om bestuurlijke conclusies te trekken. 

 

Graag daarbij specifiek ingaan op:
– de betekenis die het college toekent aan de verschillende onderzoeken;
– de wijze waarop met tegenstrijdige bevindingen of resterende onduidelijkheden is omgegaan;
– welke onderdelen volgens het college nog onzeker zijn;
– en waarom deze onzekerheden volgens het college niet in de weg staan aan de huidige duiding van het dossier.
 

Vraag 27 

In hoeverre is binnen de onderzoeken expliciet aandacht besteed aan mogelijke integriteitsaspecten binnen de gemeentelijke organisatie? 

 

Vraag 28 

Kunt u bevestigen dat:
– alle relevante documenten beschikbaar zijn gesteld voor de uitgevoerde onderzoeken
– en dat alle relevante betrokkenen in de gelegenheid zijn gesteld om te worden gehoord? 

 

Indien dit wordt bevestigd:
– op welke wijze is dit vastgesteld;
– en welke verificatie heeft plaatsgevonden om deze conclusie te kunnen trekken.

Vraag 29
In de brief “Uitwerking lessen ‘Gemeente Enschede: moeilijk garen mee te spinnen?’” stelt het college dat sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid van college, raad en ambtelijke organisatie en wordt tevens gewezen op verantwoordelijkheden van griffie en raad bij informatievoorziening en vraagstelling. 

 

Graag een onderbouwde toelichting op:
– welke concrete tekortkomingen volgens het college mede buiten het college of de ambtelijke organisatie lagen;
– hoe dit zich verhoudt tot de actieve inlichtingenplicht van het college;
– op welke wijze het college voorkomt dat verantwoordelijkheden diffuus worden gemaakt. 

 

Daarbij graag aangeven op welke feiten, bevindingen en bestuurlijke afwegingen deze duiding is gebaseerd.

Vraag 30
Alles wordt benoemd in de brief . Alleen les 8 ontbreekt.

– waarom ontbreekt deze?
– wanneer volgt die uitwerking?
– waarom apart behandeld?
– op welke wijze de raad alsnog wordt betrokken bij de uitwerking van les 8;
– en of het college verwacht dat de inhoud van les 8 aanleiding geeft tot aanvullende maatregelen of bestuurlijke keuzes.