Datum 20-05-2026
Datum van beantwoording (3 weken na ontvangst) 10-06-2026

Mogelijke consequentie bij een stijging tot bijvoorbeeld 50% sociale huur eis nieuwbouw projecten. In bijvoorbeeld Delft, Heerlen, Vlaardingen en Amsterdam is dit reeds het gemiddelde sociale huur.

  1. Hoe gaat het college waarborgen dat woningbouwprojecten financieel haalbaar blijven voor marktpartijen wanneer de sociale huur-eis wordt verhoogd richting 50%, terwijl in gemeenten als Delft, Heerlen, Vlaardingen en Amsterdam al zichtbaar is dat dergelijke percentages grote druk leggen op de businesscase van nieuwbouwprojecten?
  2. Kan het college inzichtelijk maken welke extra publieke middelen of subsidies nodig zouden zijn om de oplopende onrendabele toppen van een sociale huur-eis tot mogelijk 50% af te dekken, en welke risico’s dit met zich meebrengt voor de gemeentelijke begroting?
  3. Welke gevolgen heeft een sociale huur-eis van mogelijk 50% voor de residuele grondwaardes binnen onze gemeente, en beschikt het grondbedrijf over voldoende financiële buffers om deze waardedaling op te vangen zonder verdere verslechtering van het weerstandsvermogen?
  4. Deelt het college de zorg dat een steeds hogere sociale huur-eis leidt tot zware kruissubsidiëring binnen projecten, waardoor koop- en middenhuurwoningen fors duurder worden en daarmee juist buiten bereik raken van de lokale middenklasse?
  5. Hoe voorkomt het college dat een sociale huur-eis richting 50% leidt tot een onevenwichtige woningvoorraad, waarbij nieuwbouwwijken voornamelijk bestaan uit sociale huur en zeer dure koopwoningen, terwijl betaalbare woningen voor middeninkomens verdwijnen?
  6. Wat is het plan van het college wanneer ontwikkelaars, beleggers en marktpartijen besluiten zich terug te trekken uit onze gemeente omdat projecten met een sociale huur-eis van mogelijk 50% financieel niet langer haalbaar zijn?
  7. Hoe weegt het college de wens voor een zeer hoog aandeel sociale huur af tegen het risico op vertragingen, uitstel of zelfs stilvallen van woningbouwprojecten in een periode van grote woningnood?
  8. Hoe verhoudt een oplopende sociale huur-eis richting 50% zich tot het bestaande uitgangspunt van gemengde en veerkrachtige wijken met een evenwichtige bevolkingssamenstelling?
  9. Welke aanvullende investeringen verwacht het college nodig te hebben op het gebied van wijkbeheer, leefbaarheid, sociale veiligheid en maatschappelijke ondersteuning wanneer het aandeel sociale huur en daarmee de druk op voorzieningen aanzienlijk toeneemt?
  10. Is met lokale woningcorporaties afgestemd of zij financieel, organisatorisch en qua personele capaciteit in staat zijn om een forse uitbreiding van het aandeel sociale huurwoningen daadwerkelijk te realiseren én langdurig te beheren?