Op basis van de brief van Stichting PILP aan het college van B&W van Enschede van 26 mei 2026 en in lijn met de conclusies uit het Pro-Facto rapport over etnisch profileren en risicoselectie, kunnen onderstaande politieke/artikel 35-vragen worden opgesteld.

Politieke vragen discriminatie / etnisch profileren gemeente Enschede

Algemene verantwoordelijkheid en signalen

1. Heeft het college kennisgenomen van de brief van Stichting PILP waarin wordt gesteld dat zorgondernemers met een migratieachtergrond structureel anders worden behandeld dan witte ondernemers?

2. Hoe beoordeelt het college de ernst van de beschuldigingen van discriminatie, etnisch profileren en ongelijke behandeling binnen gemeentelijke processen?

3. In hoeverre herkent het college de signalen uit deze brief in relatie tot de conclusies uit het Pro-Facto rapport over risicoselectie en institutionele vooringenomenheid?

4. Welke concrete lessen uit het Pro-Facto rapport zijn sinds publicatie daadwerkelijk geïmplementeerd binnen de gemeentelijke organisatie?

5. Is het college bereid een onafhankelijk extern onderzoek in te stellen naar mogelijke discriminatie van zorgondernemers binnen de gemeente Enschede?

Fraudesignalen, FSV en risicoprofielen
6. Klopt het dat binnen gemeentelijke processen gebruik is gemaakt van signalen afkomstig uit FSV, RIEC/LIEC-structuren of vergelijkbare risicoregisters?

7. Op basis van welke wettelijke grondslag zijn dergelijke signaleringen gedeeld of gebruikt binnen gemeentelijke besluitvorming?

8. Heeft de gemeente ooit ondernemers geregistreerd of beoordeeld op basis van nationaliteit, afkomst of indirecte indicatoren daarvan?

9. Is het college bekend met de passage uit de brief waarin wordt gesteld dat “buitenlandse” ondernemers automatisch werden geassocieerd met fraudeconstructies? Hoe beoordeelt het college deze beschuldiging?

10. Kan het college uitsluiten dat afkomst, dubbele nationaliteit of etnische herkomst direct of indirect onderdeel zijn geweest van risicoselecties?

11. Welke controlemechanismen bestaan er binnen de gemeente om discriminatoire risicoprofielen te voorkomen?

12. Zijn medewerkers of externe partners ooit aangesproken op het gebruik van discriminerende aannames of werkwijzen?

Aanbestedingen en zorgcontractering
13. Hoe verklaart het college de signalen dat zorgaanbieders met een migratieachtergrond disproportioneel intensief gecontroleerd werden?

14. Graag inzicht van het college over:
• het aantal fraudeonderzoeken binnen de zorgsector;
• de afkomst/nationaliteit van betrokken ondernemers;
• en de uitkomsten van deze onderzoeken?

15. Welke objectieve criteria worden gebruikt bij het weigeren, opschorten of beëindigen van zorgcontracten?

16. Is het college bereid te onderzoeken of sprake is geweest van indirect onderscheid bij aanbestedingen of contractbeëindigingen?
Zo nee, waarom niet?

17. Hoe verhoudt het handelen van de gemeente zich volgens het college tot artikel 1 van de Grondwet en artikel 14 EVRM?

RIEC/LIEC samenwerking
18. Welke informatie deelt de gemeente Enschede met RIEC Oost-Nederland en op basis van welke wettelijke bevoegdheden gebeurt dit?

19. Welke waarborgen bestaan er om te voorkomen dat onbewezen vermoedens of discriminerende signaleringen worden gedeeld binnen RIEC/LIEC-verband?

20. Graag transparantie over:
• gebruikte risicomodellen;
• signaleringscriteria;
• en gegevensuitwisseling met ketenpartners?

21. Heeft de gemeente signalen ontvangen van inwoners of ondernemers die menen onterecht te zijn geregistreerd of geprofileerd?

22. Hoeveel ondernemers zijn door gemeentelijke handelingen financieel of reputatie-technisch benadeeld zonder strafrechtelijke veroordeling?

Organisatiecultuur en verantwoordelijkheid
23. Is binnen de gemeentelijke organisatie sprake geweest van trainingen, beleid of instructies rondom het herkennen en voorkomen van institutioneel racisme?

24. Hoe beoordeelt het college de stelling uit de brief dat binnen de organisatie sprake zou zijn van een cultuur waarin ondernemers met een migratieachtergrond sneller als fraudeur werden gezien?

25. Is het college bereid excuses aan te bieden indien blijkt dat ondernemers onterecht zijn gestigmatiseerd of benadeeld?

26. Welke mogelijkheden ziet het college voor herstelmaatregelen richting getroffen ondernemers?

27. Wordt de gemeenteraad openlijk actief geïnformeerd over lopende onderzoeken naar discriminatie of etnisch profileren binnen gemeentelijke processen?
Zo ja, hoeveel onderzoeken zijn er geweest vanaf 2015?

Wmo-indicaties en bevoegdheid medewerkers
28. Klopt het dat medische of zorginhoudelijke beoordelingen binnen de Wmo uitsluitend mogen worden uitgevoerd door voldoende deskundige en gekwalificeerde professionals?

29. In hoeverre worden Wmo-indicaties binnen de gemeente Enschede beoordeeld of beïnvloed door personen zonder BIG-registratie of zonder medische/zorginhoudelijke opleiding?

30. Welke functieprofielen, diploma-eisen en beroepskwalificaties gelden binnen de gemeente Enschede voor medewerkers die Wmo-indicaties beoordelen of adviseren?

31. Kan het college uitsluiten dat besluiten over zorgbehoefte, indicatiestelling of fraudeonderzoeken zijn genomen door medewerkers zonder passende vakinhoudelijke kwalificaties?

32. Graag inzicht over:
• het aantal toezichthouders Wmo;
• hun opleidingsniveau;
• hun juridische bevoegdheden;
• en eventuele BIG-registraties?

33. Voldoen alle door de gemeente Enschede ingezette toezichthouders Wmo aan de kwaliteitseisen en deskundigheidseisen zoals bedoeld in de Wmo 2015 en de landelijke kaders voor kwaliteitstoezicht?

34. Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor toezicht op de kwaliteit van Wmo-zorg. Kan het college aangeven of alle toezichthouders die namens Enschede opereren formeel zijn aangewezen conform artikel 6.1 Wmo 2015?

35. Welke specifieke opleiding of certificering hebben toezichthouders gevolgd op het gebied van:
• discriminatie;
• etnisch profileren;
• bestuursrecht;
• privacywetgeving;
• en zorginhoudelijke beoordeling?

36. Is het college bekend met landelijke kritiek dat gemeenten sinds de invoering van de Wmo 2015 zeer uiteenlopende kwaliteitseisen hanteren voor toezichthouders, waardoor deskundigheid onvoldoende gewaarborgd kan zijn?

37. Hoe waarborgt de gemeente dat toezichthouders onafhankelijk functioneren van beleidsafdelingen, contractmanagement en fraudeteams?

38. Zijn binnen Enschede toezichthouders actief geweest die gelijktijdig betrokken waren bij:
• contractering;
• handhaving;
• fraudebestrijding;
• of beleidsontwikkeling,
waardoor onafhankelijk toezicht mogelijk onder druk stond?

39. Deelt het college de mening dat toezicht op kwetsbare inwoners en zorgaanbieders alleen mag plaatsvinden door aantoonbaar deskundige, onafhankelijk gepositioneerde professionals?

40. Is het college bereid een externe audit uit te laten voeren naar de rechtmatigheid van:
• de aanwijzing van toezichthouders;
• hun bevoegdheden;
• en hun deskundigheidsniveau sinds 2015?

Afsluitende vragen
41. eelt het college de mening dat een overheid extra zorgvuldig moet handelen wanneer signaleringen grote gevolgen hebben voor ondernemers en hun gezinnen?

42. Heeft het college — na landelijke discussies over FSV, Toeslagenaffaire en etnisch profileren — zelfstandig onderzocht of vergelijkbare mechanismen ook in Enschede aanwezig waren?

43. Is het college bereid alle gemeentelijke risicoselectiesystemen extern te laten toetsen op discriminatoire effecten?

44. Welke concrete termijn verbindt het college aan verbetermaatregelen en rapportage aan de raad?

45. Kan het college toezeggen dat afkomst, nationaliteit of indirecte proxies daarvan nooit meer onderdeel zullen zijn van gemeentelijke frauderisicoanalyses