In 2020 stelde ik al artikel 35 schriftelijke vragen over de zorgvilla aan de Hendrik ter Kuilestraat 140. Destijds stond niet de kwaliteit van de zorg ter discussie, maar vooral de opmerkelijke houding van de gemeente Enschede.
Terwijl de gemeente jarenlang cliënten naar deze locatie verwees, Wmo- en zorgtrajecten financierde en volledig op de hoogte was van de woonvorm, werd tegelijkertijd een juridische procedure gestart om de locatie te sluiten. Zes jaar later is de uitkomst bekend: de zorgvilla moet binnen een half jaar verdwijnen.
Opvallend genoeg komt dit besluit op een moment waarop dezelfde gemeente erkent dat er een groot tekort bestaat aan beschermd en begeleid wonen in Enschede en de regio. Dat roept vragen op over prioriteiten, proportionaliteit en de menselijke maat.
Schriftelijke vragen
1. Is het college bekend met het artikel waarin wordt geconcludeerd dat er in Enschede en de regio een aanzienlijk tekort bestaat aan plaatsen voor beschermd en begeleid wonen binnen zowel de Wmo als de Wlz?
2. Kan het college aangeven hoeveel mensen momenteel op een wachtlijst staan voor:
– beschermd wonen op grond van de Wmo;
– beschermd wonen of geclusterde woonzorg binnen de Wlz;
– binnen Enschede en de centrumgemeenteregio?
- Deelt het college de opvatting dat iedere bestaande en goed functionerende woonplek voor kwetsbare inwoners momenteel van grote maatschappelijke waarde is?
- Hoe verhoudt het jarenlang procederen tegen negen bestaande woonplekken zich tot de door het college erkende tekorten aan beschermd en begeleid wonen binnen zowel de Wmo als de Wlz?
- Hoeveel cliënten wonen momenteel aan de Hendrik ter Kuilestraat 140 en moeten als gevolg van de uitspraak worden herplaatst?
- Hoeveel van de huidige bewoners aan de Hendrik ter Kuilestraat 140 ontvangen zorg op grond van de Wmo en hoeveel op grond van de Wlz?
- Kan het college garanderen dat voor alle huidige bewoners tijdig een gelijkwaardige woonplek beschikbaar is, passend bij hun Wmo- of Wlz-indicatie?
- Indien deze garantie niet kan worden gegeven, waarom acht het college voortzetting van de handhaving dan verantwoord?
- Hoeveel plaatsen voor beschermd en begeleid wonen zijn de afgelopen tien jaar gerealiseerd, uitgesplitst naar:
– Wmo-gefinancierde plaatsen;
– Wlz-gefinancierde plaatsen? - Hoeveel plaatsen zijn in dezelfde periode verdwenen, uitgesplitst naar Wmo- en Wlz-plaatsen?
- Is het college bekend met signalen dat cliënten juist baat hebben bij langdurige stabiliteit en continuïteit van hun woonomgeving?
- Welke gevolgen verwacht het college voor de huidige bewoners van de zorgvilla als zij binnen zes maanden moeten verhuizen?
- Heeft het college onderzocht welke maatschappelijke kosten gepaard gaan met het gedwongen verplaatsen van deze bewoners?
- Kan het college aangeven hoeveel ambtelijke uren sinds 2018 zijn besteed aan toezicht, handhaving, bezwaar-, beroeps- en hogerberoepsprocedures rondom deze locatie?
- Wat zijn de totale externe juridische kosten die de gemeente heeft gemaakt in deze zaak?
- Welk bedrag aan interne personeelskosten is aan deze procedure toe te rekenen?
- Uit welk budget zijn deze kosten betaald?
- Zijn deze kosten geheel of gedeeltelijk betaald uit middelen die door het Rijk beschikbaar zijn gesteld voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang of Wmo-taken?
- Indien dat niet het geval is, uit welke begrotingsposten zijn deze kosten dan wel gefinancierd?
- Hoeveel extra woonplekken hadden met deze middelen kunnen worden gerealiseerd binnen;
– het Wmo-domein;
– het Wlz-domein? - Heeft het college ooit onderzocht of legalisatie van de bestaande situatie mogelijk was, gelet op het tekort aan woonplekken?
- Welke concrete pogingen heeft het college ondernomen om behoud van de locatie mogelijk te maken?
- Waarom heeft het college niet gekozen voor een pragmatische oplossing waarbij de zorgfunctie behouden kon blijven terwijl eventuele planologische bezwaren werden opgelost?
- Hoe beoordeelt het college het feit dat cliënten jarenlang door of via gemeentelijke voorzieningen naar deze locatie zijn verwezen, terwijl tegelijkertijd werd gesteld dat de woonvorm planologisch niet was toegestaan?
- Begrijpt het college dat dit bij betrokkenen de indruk wekt dat de overheid met twee maten meet?
- Is het college van mening dat de maatschappelijke functie van deze locatie voldoende is meegewogen in de uiteindelijke belangenafweging?
- Hoe verhoudt deze zaak zich tot de ambitie van het college om meer maatwerk en menselijke maat toe te passen in het sociaal domein?
- Welke lessen trekt het college uit deze acht jaar durende procedure?
- Kan het college uitsluiten dat vergelijkbare zorginitiatieven elders in Enschede door dezelfde planologische benadering onder druk komen te staan?
- Hoeveel locaties voor beschermd of begeleid wonen bevinden zich momenteel binnen Enschede op bestemmingen waar een vergelijkbare juridische discussie zou kunnen ontstaan, uitgesplitst naar Wmo- en Wlz-voorzieningen?
- Acht het college het wenselijk dat enerzijds wordt ingezet op uitbreiding van beschermd wonen binnen de Wmo en samenwerking met partners binnen de Wlz, terwijl tegelijkertijd bestaande woonplekken verdwijnen?
- Wat is volgens het college het netto-effect van deze procedure op de beschikbare capaciteit voor beschermd en begeleid wonen, uitgesplitst naar Wmo- en Wlz-plaatsen?
- Is het college bereid inzichtelijk te maken hoeveel geld sinds 2018 is besteed aan juridische procedures rondom deze locatie en dit te vergelijken met de kosten van behoud of legalisatie?
- Is het college bereid om te onderzoeken of de locatie alsnog behouden kan blijven via een aangepaste bestemming of maatwerkoplossing?
- Deelt het college de opvatting dat het sluiten van negen goed functionerende woonplekken moeilijk uitlegbaar is zolang wachtlijsten blijven oplopen?
- Kan het college uitleggen hoe deze uitkomst zich verhoudt tot de door het college regelmatig uitgesproken ambitie om de menselijke maat centraal te stellen in het beleid?
- Heeft het college voorafgaand aan de handhaving onderzocht welk deel van de bewoners een Wlz-indicatie heeft en welke gevolgen sluiting heeft voor de regionale beschikbaarheid van Wlz-woonzorgplaatsen?
- Heeft het college overleg gevoerd met het zorgkantoor en de betrokken zorgaanbieder over de gevolgen van het verdwijnen van deze woonplekken voor cliënten met een Wlz-indicatie, en zo ja, wat waren daarvan de uitkomsten?
Geef een reactie