Vertrouwen vraag je niet, dat verdien je
De Enschedese wethouder Arjan Kampman is boos. Het kabinet schrapt geld voor een wet die gemeenten in staat moet stellen om inwoners proactief te benaderen voor bijstand. Volgens hem lopen daardoor honderden Enschedeërs geld mis waar ze recht op hebben.
Oprechte hulp waar nodig.
Het klinkt logisch: als mensen niet weten waar ze recht op hebben, moet de overheid hen helpen. Maar onder die redenering ligt een fundamentelere vraag die zelden wordt gesteld: gaat dit eigenlijk over hulp — of over vertrouwen?
De overheid zegt: vertrouw ons, geef ons meer inzicht in uw persoonlijke situatie, dan kunnen wij u beter helpen.
Maar vertrouwen werkt niet zo. Vertrouwen is geen instrument. Het is een gevolg van gedrag.
En precies daar wringt het.
Want dit is niet de eerste keer dat het schuurt. In 2020, na de uitzending van De Opstandelingen, reageerde dezelfde wethouder fel op kritiek op het Enschedese bijstandsbeleid. Het zou gaan om een eenzijdig verhaal. “Pissen op Enschede”, noemde hij het. Privacy werd toen aangehaald als reden waarom individuele gevallen niet toegelicht konden worden.
Maar juist in diezelfde periode kwamen er signalen naar buiten over hoe ver gemeenten — ook Enschede — gingen in het verzamelen en beoordelen van persoonlijke gegevens.
Medische informatie, privéomstandigheden, complete dossiers: alles werd onderdeel van een systeem dat bedoeld was om te controleren, maar door veel inwoners werd ervaren als wantrouwen.
En dat is het pijnlijke contrast.
Toen inwoners zich beklaagden over hoe diep de overheid in hun leven keek, werd gewezen op privacy en context.
Nu de overheid zélf meer toegang tot gegevens wil, heet het ineens noodzakelijk beleid.
Dat schuurt. Zeker als je kijkt naar wat er vandaag gebeurt.
Mensen die alles netjes melden — zoals het hoort — komen in de knel.
Slachtoffers van de toeslagenaffaire ontvangen een dwangsom omdat de overheid zelf te laat is. Ze geven dat correct door. [ 1 ] [ 2 ] [ 3 ] Transparant. Eerlijk. Ik stelde er afgelopen week deze zogenaamde artikel 35 vragen over.
Binnen het huidige ondermeer Enschedese systeem.
Wordt vervolgens hun bijstand stopgezet.
Niet omdat ze fraude plegen.
Niet omdat ze iets verzwijgen.
Maar omdat ze het systeem vertrouwen.
Dat is waar vertrouwen omslaat in wantrouwen.
De overheid vraagt om openheid, maar straft diezelfde openheid af.
De overheid vraagt om vertrouwen, maar handelt volgens regels zonder rechtvaardige afweging.
De overheid wil meer inzicht, maar laat zien dat inzicht niet automatisch leidt tot menselijkheid.
Dan is de vraag onvermijdelijk: waarom zou je de overheid nog méér van jezelf laten weten?
Het probleem is niet dat de overheid te weinig ziet.
Het probleem is dat de overheid te weinig weegt.
Zolang iemand die eerlijk is en transparant handelt alsnog in de knel komt, is elke oproep tot méér gegevensdeling een verkeerde reflex. Dan wordt vertrouwen geen fundament, maar een voorwaarde die eerst door de burger moet worden ingevuld.
Misschien moeten we het omdraaien.
Niet: de overheid die zegt vertrouw ons, dan helpen wij u.
Maar: een overheid die laat zien dat zij te vertrouwen ís — juist als het ingewikkeld wordt.
En misschien is het daarom helemaal niet zo nadelig dat gemeenten niet zomaar in alle persoonlijke gegevens kunnen kijken.
Misschien dwingt dat tot iets wat we zijn kwijtgeraakt:
een overheid die eerst rechtvaardig handelt — en pas daarna om vertrouwen vraagt.
Geef een reactie