De echte menselijke maat
Twee dossiers. Twee totaal verschillende onderwerpen. Toch valt één overeenkomst direct op.

Of het nu gaat over signalen van etnisch profileren en discriminatie of over de sluiting van de zorgvilla: telkens kiest het college ervoor om vooral uit te leggen waarom het juridisch gelijk heeft. Maar politiek bedrijven is meer dan een juridische verdediging voeren

Beantwoording artikel 35 vragen

Bij de beantwoording van de vragen over etnisch profileren ontstaat een opmerkelijke tegenstelling. Enerzijds stelt het college dat de signalen uit de brief van Stichting PILP nog worden onderzocht en dat daarom nog geen inhoudelijke conclusies kunnen worden getrokken. Anderzijds wordt tegelijkertijd al uitgesloten dat sprake is van discriminatie, etnisch profileren of risicoselectie.

Dat roept een logische vraag op. Als het onderzoek nog loopt, waarop is die stellige conclusie dan gebaseerd?

Een patroon

Hetzelfde patroon zien we terug in de beantwoording over de zorgvilla. Daar wordt vrijwel iedere politieke vraag teruggebracht tot één antwoord: de rechter heeft ons gelijk gegeven.

Maar een rechter beoordeelt of een besluit juridisch standhoudt. Dat is iets anders dan de vraag of een bestuur zorgvuldig, proportioneel en met oog voor inwoners heeft gehandeld.

Juist daarover gingen de gestelde vragen.

Waarom werd jarenlang vastgehouden aan sluiting terwijl er een groot tekort is aan woonzorgvoorzieningen? Welke bestuurlijke afwegingen zijn gemaakt? Is voldoende rekening gehouden met de gevolgen voor bewoners? Welke lessen trekt het college uit een procedure die acht jaar heeft geduurd?

Refectie

Op die vragen volgt nauwelijks reflectie.

Dat is opmerkelijk, omdat het college in de beantwoording zelf meerdere keren verwijst naar de menselijke maat.

De definitie daarvan luidt:
“Het vermogen om in beleid en uitvoering op onpartijdige wijze rekening te houden met concrete behoeftes, belangen en omstandigheden van de burger, waarbij het recht op menselijke waardigheid uitgangspunt is.”

Die definitie vraagt iets fundamenteel anders dan alleen juridisch gelijk krijgen. Zij vraagt om reflectie, proportionaliteit, openheid en de bereidheid om kritisch naar het eigen handelen te kijken.

Juist dat lijkt in beide dossiers te ontbreken.

Ook in het dossier over toezicht en discriminatie blijft onduidelijk hoe risicoselectie wordt voorkomen, welke waarborgen bestaan bij gegevensdeling via het RIEC, welke deskundigheid toezichthouders daadwerkelijk bezitten en waarop het college zijn stellige conclusies baseert zolang onderzoeken nog lopen.

Dat betekent niet automatisch dat sprake is van discriminatie. Evenmin betekent het dat besluiten rond de zorgvilla juridisch onjuist waren.

Maar bestuur vraagt méér dan kunnen wijzen op het eigen gelijk.

Goed bestuur vraagt ook de bereidheid om lastige vragen serieus te beantwoorden. Om uit te leggen welke afwegingen zijn gemaakt. Om transparant te zijn over processen. Om ruimte te laten voor twijfel zolang onderzoeken nog lopen. En om te erkennen dat inwoners soms behoefte hebben aan uitleg in plaats van een juridische verdedigingslinie.

Juist daarin schuilt het verschil tussen rechtmatigheid en legitimiteit.

Een overheid die voortdurend antwoordt met “wij hebben gelijk” loopt het risico de belangrijkste vraag uit het oog te verliezen: voelen inwoners zich ook rechtvaardig behandeld?

Misschien is dat uiteindelijk wel de echte menselijke maat.

In het Belang van Enschede
Nooit opgeven.
Niets doen is geen optie.