En ondertussen het NL-schaap…
Het artikel in de Telegraaf opent met de constatering: “Door de hoge prijzen aan de pomp ongemoeid te laten, raakt Nederland steeds verder geïsoleerd in Europa.” In combinatie met de kop — ”Brussel: maatregelen nu beter coördineren” — wordt de onderliggende strategie zichtbaar. Nationale keuzes maken plaats voor Europese afstemming. Stap voor stap, dossier voor dossier.
Die lijn zie je niet alleen terug bij energie, maar ook bij asiel en buitenlands beleid. Vanuit Brussel wordt steeds nadrukkelijker gestuurd op het afschaffen van nationale veto’s. Meer besluiten moeten met meerderheid worden genomen, zodat individuele lidstaten niet langer kunnen blokkeren.
Dat klinkt efficiënt. Maar de consequentie is helder: landen verliezen hun laatste directe rem op beleid dat diep ingrijpt in hun samenleving. Oorlogen, sancties, miljardensteun — het kan in toenemende mate worden doorgedrukt, ook als nationale parlementen daar grote moeite mee hebben.
En precies op dat moment wordt het interessant wat er in Den Haag gebeurt.
Draaien
Want waar je zou verwachten dat partijen die zich profileren op nationale zeggenschap daar een harde grens trekken, zie je nu beweging de andere kant op. Wetten worden afgezwakt, posities verschuiven, en wat eerst onbespreekbaar was, wordt ineens onderdeel van het politieke spel.
Dat spel draait inmiddels om formuleringen als: “balanceren tussen steun van PVV en CDA”.
Het CDA — ooit de partij van gemeenschappen en verantwoordelijkheid — is daarbij opnieuw een bepalende factor. Niet als tegenmacht, maar als partij die richting geeft aan wat uiteindelijk wél haalbaar wordt geacht.
Het CDA
Het CDA — ooit de partij van gemeenschappen en verantwoordelijkheid — is daarbij opnieuw een bepalende factor. Niet als tegenmacht, maar als partij die richting geeft aan wat uiteindelijk wél haalbaar wordt geacht.
En juist die partij staat inmiddels voor velen symbool voor het tegenovergestelde van waar zij ooit voor zei te staan: een partij van het gezin zonder gezinnen, van de boeren zonder boeren. Van de militair die wegduikt als er een oud vrouwtje aan de deur klopt — maar tegelijk instemt met het sturen van Nederlandse jongens als kanonnenvoer in andermans oorlog.
Het is ook de partij van Piet Hein Donner, die als minister aangaf dat, als een meerderheid dat zou willen, ook elementen van de sharia in wetgeving denkbaar zouden zijn.
En het is datzelfde CDA dat maakt dat de PVV straks mogelijk ruimte biedt aan een senator als Madeleine van Toorenburg, die in 2016 een rol speelde in het debat over de terugkeer van jihadisten en hun gezinnen.
Wat is dan de strategie?
De vraag is dan niet alleen wat er inhoudelijk gebeurt, maar vooral: wat is de strategie?
Want politiek is zelden zwart-wit. Principes zijn belangrijk, maar zonder resultaat blijven ze leeg. Soms vraagt politiek om meebewegen — niet uit zwakte, maar om te voorkomen dat je met lege handen staat.
En juist daar wringt het nu.
Als je als partij zegt dat je grip wilt op asiel en migratie, dan moet je ook bereid zijn om stappen te zetten die die grip dichterbij brengen. Niet alles of niets, maar concrete vooruitgang. Want elke stap die je blokkeert, kan ook een stap zijn die lokaal gebruikt had kunnen worden om verdere groei van AZC’s te begrenzen.
Door die ruimte niet te benutten, geef je niet alleen politieke kansen uit handen — je geeft ook een signaal af. Een signaal dat je blijkbaar geen vertrouwen hebt in de doorwerking van beleid naar gemeenten. En daarmee indirect ook niet in je eigen lokale vertegenwoordigers.
Dat is meer dan een politieke keuze. Dat is een strategische fout.
Want uiteindelijk wordt het beleid niet alleen in Den Haag gemaakt, maar juist ook in steden en gemeenten. Dáár wordt bepaald wat er daadwerkelijk gebeurt. Dáár kan gestuurd, begrensd en tegengehouden worden.
Wie die laag niet serieus neemt, verliest niet alleen invloed — maar ook geloofwaardigheid.
Conclusie
Meebewegen is geen verraad aan je kiezers, zolang het leidt tot tastbaar resultaat. Integendeel: weigeren om stappen te zetten uit angst voor compromissen, kan ertoe leiden dat je uiteindelijk helemaal niets bereikt.
Maar wat hier nu gebeurt, gaat verder dan dat.
Door noodzakelijke stappen richting een strenger asielbeleid niet te zetten, ondermijn je niet alleen je eigen geloofwaardigheid — je ondermijnt ook de positie van gemeenten. Je geeft daarmee impliciet het signaal af dat je geen vertrouwen hebt in de doorwerking van beleid op lokaal niveau. En dus ook niet in je eigen lokale fracties.
Want de realiteit voor gemeenten is helder:
- De spreidingswet en de voorrang voor statushouders blijven bestaan.
- De instroom blijft structureel hoog, waardoor opvang, huisvesting, zorg en onderwijs onder druk blijven staan.
- Gemeenten blijven brandjes blussen, zonder enig zicht op afbouw.
- Inwoners krijgen geen perspectief — en waar perspectief ontbreekt, verdampt vertrouwen.
Dit raakt gemeenten niet alleen in de uitvoering, maar ook bestuurlijk. Zij moeten uitleggen wat landelijk niet wordt opgelost.
En dáár zit de kern.
Wie in Den Haag weigert verantwoordelijkheid te nemen voor stappen vooruit — hoe klein ook — laat uiteindelijk de rekening neer bij gemeenten. Bij bestuurders die het moeten uitleggen. En bij inwoners die het moeten dragen.
Dat is geen principiële politiek. Dat is het doorschuiven van een probleem.
Geef een reactie