De gemeente schrikt zich rot – de stad allang niet meer
Dat Enschede volgens rioolwateronderzoek de cocaïnehoofdstad van Nederland zou zijn, lijkt het college vooral te verbazen. [ 1 ] [ 2 ] [ 3 ]  Wethouder Harmjan Vedder zegt “geen verklaring” te hebben voor de enorme hoeveelheid cocaïnesnuivers in onze stad.

Dat roept vooral één vraag op: wanneer was de wethouder – of zijn woordvoerder – voor het laatst écht in Enschede?

Niet op het stadhuis.
Maar in de stad.
Op een festival.
In het stadion.
In het nachtleven.
Of ja, op zo’n zogenaamd
high society-feestje waar iedereen elkaar kent en niemand verbaasd is als er een lijntje wordt gelegd.

Wie daar wél komt, schrikt zich namelijk al jaren niet meer rot.
Die ziet het.
Die weet het.
Die voelt het.

Juist daarom vragen deze rioolwatercijfers om analyse, niet om morele verontwaardiging of een bestuurder zonder verklaring. In een gemeente waar eerder een cocaïnewasserij is aangetroffen — nota bene in Boekelo — is het bestuurlijk onhoudbaar om alleen ‘geschrokken’ te zijn. Dan moet je verdiepen: wat meten we precies, wat kan deze cijfers beïnvloeden en wat zeggen ze over de aard en schaal van criminaliteit in onze stad?

Achterhaald

Het beeld dat cocaïne iets is van Zuidas-advocaten of ‘rijke elites’ is allang achterhaald. Dat zeggen niet alleen onderzoekers, dat zegt vooral de praktijk. Cocaïne is goedkoop, breed beschikbaar en genormaliseerd.

Goedkoper dan een biertje.
Makkelijker te regelen dan een taxi.

Enschede vormt daarin geen uitzondering, maar is wél een schoolvoorbeeld van wat er gebeurt wanneer landelijk wanbeleid en lokale stilstand elkaar versterken.

De verbazing van het college voelt daardoor vooral als afstand.
Afstand tot de stad.
Afstand tot de realiteit.
Afstand tot wat inwoners allang weten.

Wat dat betreft was de post van het VVD-raadslid veelzeggend: blij met het ‘deugbestrijdingsfonds’. Want dát is wat nu dreigt te ontstaan: symbolische politiek, morele framing en posters met slogans, terwijl de onderliggende problemen blijven liggen.

Posters om het moreel te bevredigen

Posters als ‘Coke aan je neus = bloed aan je handen’ mogen moreel lekker voelen, maar lossen niets op zolang:
hulpverlening overbelast is,
– wachttijden in de verslavingszorg oplopen,
– straathandel nauwelijks wordt teruggedrongen,
– en voorlichting versnipperd en tijdelijk blijft.

Drugsbeleid moet niet draaien om schrikcampagnes of morele paniek, maar om feiten, effectiviteit en aanwezigheid in de wijk.

In politieke zin pleiten wij daarom voor iets heel basaals, maar structureels:
wijkwijzers met publieksbalies waar standaard voorlichting en ondersteuning beschikbaar is (Tactus, GGD),
– geen losse campagnes, maar permanente zichtbaarheid,
– helder en consequent beleid rond coffeeshops én straathandel,
– en bovenal: erkenning dat drugsgebruik een sociaal-maatschappelijk vraagstuk is — geen marketingprobleem.

Wie écht verantwoordelijkheid wil aanspreken, moet eerst zelf verantwoordelijkheid nemen. Door te erkennen dat Enschede al decennia leeft met de gevolgen van falend nationaal drugsbeleid en lokaal wegkijken.

En door eindelijk beleid te voeren dat is gebaseerd op wat werkt, niet op wat goed oogt op een poster.

De stad is niet geschrokken.
De stad wist dit allang.

Nooit opgeven. Niets doen is geen optie.
Voor het Belang van Enschede. Hét kan wél.