Opkoopverbod: een succes op papier, een probleem in de praktijk
Het college van B&W noemt de opkoopbescherming in Enschede een succes. Wie echter verder kijkt dan percentages en politieke framing, ziet vooral een maatregel die de woningmarkt niet helpt, maar verstoort.

Sterker nog: starters zijn er in absolute zin niet mee geholpen — en huurders betalen inmiddels de rekening. Daarnaast, koopstarters waar in de brief over wordt gesproken zijn een kleine groep binnen de totale groep van woningzoekenden. En waar deze koopstarters het meest last van hebben zijn de hoge huizenprijzen en strenge hypotheekregels.

En het is juist het opkoopverbod dat op termijn zorgt voor hogere prijzen en als je geen toegang hebt tot de hypotheekmarkt kun je sowieso niets kopen.

Stop met deze borstklopperij

Dat het aandeel starters in procenten is gestegen, klinkt positief. Maar cijfers zonder context zijn misleidend. Het totaal aantal woningtransacties is met ruim 4.300 gedaald. Het gevolg: 326 starterswoningen minder in absolute aantallen. Een maatregel die starters zegt te helpen, maar hen feitelijk minder kansen biedt, verdient geen verlenging maar heroverweging.

De schaarste neemt immers toe wat de prijzen op zal jagen. Het college meet  zijn succes dan ook relatief, terwijl woningzoekenden leven in absolute aantallen. Voor hen telt niet het percentage, maar de vraag: kan ik een woning krijgen? En het eerlijke antwoord is steeds vaker: nee.

Minder investeerders, meer problemen

Dat investeerders zijn verdwenen uit het lagere segment, is geen neutrale ontwikkeling. Zij bouwden en kochten juist woningen voor de vrije huursector — een segment dat nu aantoonbaar krimpt. CBS-cijfers laten stagnatie zien, Pararius meldt een huurstijging van bijna 11 procent in één jaar. Dat is geen bijwerking, dat is een direct gevolg van beleid.

Wie investeerders uit de markt jaagt zonder alternatieven te creëren, veroorzaakt schaarste. En schaarste leidt altijd tot hogere prijzen. Starters die niet kunnen kopen, worden zo dubbel geraakt: ze kunnen niet instappen én betalen meer huur.

Verdringing in plaats van doorstroming

Het opkoopverbod verplaatst het probleem. Beleggers wijken uit naar het hogere segment of naar gebieden waar het verbod niet geldt. Doorstromers en starters concurreren daardoor in dezelfde prijsklassen. De druk op ‘betaalbare’ woningen neemt toe, terwijl het aanbod afneemt.

Daar komt bij dat de evaluatie expliciet níet kijkt naar effecten op de huurmarkt, leefbaarheid of sociale samenhang. Er wordt alleen gekeken naar wie koopt — niet naar wat dat betekent voor wijken, huurprijzen en doorstroming. Dat is beleidsmatig oogkleppen opzetten.

Symboolpolitiek in plaats van woningbeleid

Het college erkent zelf dat de opkoopbescherming geen totaaloplossing is. Toch wil men de maatregel vier jaar verlengen. Dat is geen visie, maar uitstelpolitiek. De echte oorzaken — stikstofregels, gebrek aan bouwlocaties, financieringsproblemen, scheefwonen, falend doorstromingsbeleid — blijven ongemoeid.

Ondertussen groeit de regeldruk voor inwoners, ontwikkelaars en kleine verhuurders. Projecten worden minder aantrekkelijk, verkoopbaarheid komt onder druk te staan en middenhuur wordt onmogelijk gemaakt. Wie werkelijk betaalbaar wonen wil, moet bouwen, doorstroming bevorderen en keuzes durven maken.

Wat Enschede wél nodig heeft

Een eerlijk woonbeleid begint bij prioriteit voor Enschedeërs.

Dat betekent:
– een huisvestingsverordening met voorrang voor economisch en maatschappelijk gebonden woningzoekenden;
– stoppen met automatische voorrang voor statushouders zolang de woningnood onder eigen inwoners zo hoog is;
– investeren in middenhuur in plaats van deze kapot te reguleren;
– bouwen met oog voor leefbaarheid, voorzieningen en sociale cohesie;
– en waar nodig wijkgericht beleid om verdere overbelasting te voorkomen.

Het volbouwen en verstenen van de stad zonder samenhang maakt wijken niet sterker, maar zwakker. Leefbaarheid verdwijnt niet door toeval, maar door beleidskeuzes.

Conclusie

Het opkoopverbod is geen succes, maar een symptoombestrijding die nieuwe problemen creëert. Starters zijn er niet mee geholpen, huurders zijn duurder uit en de woningmarkt raakt verder uit balans.

Enschede verdient geen beleid dat goed oogt in een raadsbrief, maar oplossingen die werken in de straat.

Nooit opgeven. Niets doen is geen optie.
Voor het Belang van Enschede. Hét kan wel!